Luchtbed-matties - Hester van 't Hek
22356
post-template-default,single,single-post,postid-22356,single-format-standard,unselectable,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.1,wpb-js-composer js-comp-ver-4.11.2.1,vc_responsive

Luchtbed-matties

Zo vlak na de zomervakantie is mijn wilskrachtspier uitgeput. Het ding is totaal uitgerekt van drie weken lang op een luchtbed dobberen. We hebben allemaal zo’n spier in ons lijf en die moet je gewoon blijven trainen. Als je daar geen zin in hebt en de hele dag tapas met gin-tonic wegspoelt, kom je jezelf dus snoeihard tegen.

Bijvoorbeeld begin september in de supermarkt. Waar ik in een luchtige kaftan, gecombineerd met winterlaarzen, op zoek ben naar de sperziebonen. Want we gaan weer lekker normaal doen. Ik ben alleen met geen mogelijkheid in beweging te krijgen. Het is bloedlink om uit de ratrace te stappen. Hoe moet je weer aanhaken?Het normale leven belt gewoon aan, hoor. Of je nou opendoet of niet.

Als ik mijn winkelwagen richting de groenteafdeling stuur, valt me een schaars geklede vrouw op. Ze lijkt – net als ik – kortgeleden van een luchtbed afgerold. Haar zomerjurk met bijpassende hoed is beeldig, maar wel wat frisjes. Volgens mij zijn wij ‘luchtbed-matties’: totaal nog niet aangehaakt en verre van geschikt om weer deel te nemen aan het normale leven. Naast de paprika’s staat ze te praten met een hooggehakte vrouw in een vuurrood mantelpakje. De rode vrouw schreeuwt tegen mijn luchtbed-mattie dat er niemand zonder haar kan. Alsof onze planeet stopt met draaien zonder haar aanwezigheid. ‘Can’t believe it’, tettert ze. ‘Word ik gewoon allemaal nieuwe meetings ingeschoten!’

Afgeleid van mijn sperziebonenmissie stop ik tegenover de paprika’s even bij de broodafdeling. Ik pak een croissantje uit de bak en neem een hap. Serieus, alsof je een hap vakantie neemt! Een leeg broodzakje verdwijnt in mijn kar. Die 300 calorieën moeten zo wel afgerekend worden. ‘Gelukkig gaan we morgen op vakantie’, roept de vrouw in het vuurrode mantelpakje.

Het gesprek heeft opeens mijn volledige aandacht. Deze vrouw staat nog in de pré-vakantiestand. Haar wilskrachtspier functioneert vast prima. En als ik zo naar haar kijk, vermoed ik dat deze 24/7 en het hele jaar door effectief getraind wordt. Ik neem nog een hap van mijn croissant en ga naast de pittige, rode dame staan. ‘Ja, heerlijk er even tussenuit. Gelukkig hebben wij peuters’, vervolgt de vrouw haar vurige verhaal. ‘Kunnen we fijn off-season weg. We vliegen lekker ‘biss’. Dus dat is prima. Zo’n vliegtuigstoel wordt vanzelf een bed.’ Het valt me op dat mijn luchtbed-mattie weinig zegt. Ze geeft alleen haar hoed af en toe een liefdevol tikje.

Ik ben een beetje teleurgesteld dat ze niet begrijpt wat we hier aan het doen zijn. De pittige en totaal aangehaakte vrouw gaat ons namelijk de energie geven om weer terug op aarde te keren. Een beetje alsof je een klap in je gezicht krijgt en het daarna wel uit je hoofd laat om weer op dat luchtbed te klimmen. We hebben elkaar in het leven soms dringend nodig en dit is zo’n moment. No man is an island.

‘Nou ja, je weet van de ellende van onze vorige vakantie. Dat gejakker over die snelweg’, klinkt ze bijna snikkend. ‘Heen alles driebaans. Dat werkt niet met 180 kilometer per uur, dan heb je simpelweg te weinig ruimte. En die kinderen… Die gaan janken als het allemaal te lang duurt. Hoef ik jou niet uit te leggen. Jij hebt zelf twee kinderen.’ ‘Drie eigenlijk … Ik heb drie kinderen’, antwoordt mijn stiekeme maatje onverwacht.

Het gerinkel van een telefoon onderbreekt mijn terugkeer naar de samenleving. De pittige vrouw neemt op. Het is iemand van haar werk en ze begint meteen in het in het apparaat te schreeuwen. ‘Zetten jullie toch lekker die nieuwe hittepetit dedicated op de hele handel. Moet ze het agile aanpakken. Ik ga morgen op vakantie. Dag dan.’ De telefoon verdwijnt met een noodgang weer in haar tas. Mijn bondgenoot en ik kijken elkaar kort aan. Mijn aanwezigheid wordt instant door haar geaccepteerd; stiekem willen we zo graag lachen. Uiteraard is dat niet beleefd.

‘In ieder geval doffe ellende momenteel, meid. Je wenst gewoon dat de dingen eens soepel lopen. Zullen we naar de kassa gaan? Je houdt me echt een beetje op.’ ‘Eh… Ik moet nog boodschappen doen’, antwoordt mijn luchtbed-mattie.  ‘Ja hoor, mevrouwtje moet nog boodschappen doen. Jij hoeft met je goede gedrag ook niet over een paar uur in een vliegtuig te zitten. Heerlijk luilekkertjesland voor jou.’ ‘Nou, op zich valt dat mee. Ik ben net met een nieuwe…’, bijt mijn luchtbed-mattie van zich af. ‘Precies. Geniet er maar van jij. Tot na mijn vakantie dan.’

Zonder nog een woord te zeggen, loopt de vrouw in het vuurrode mantelpakje weg. We kijken elkaar grijnzend aan. ‘Wil je een croissantje?’, vraag ik. Geroutineerd gooi ik nog een leeg broodzakje in mijn kar. ‘Ik trakteer.’

Deel dit via social media:
Share

Hester van 't Hek



error: © www.hestervanthek.nl